Ziekte van Graves/Basedow
Home » Voeding » Vitamines en mineralen- relatie met de schildklier

De rol van vitamines en mineralen (bij schildklierziekten)

We weten allemaal dat we het juiste voedsel moeten eten om alle noodzakelijke vitaminen en mineralen binnen te krijgen om een goede gezondheid te handhaven. Gebrek aan bepaalde vitamines en mineralen kunnen een gebrekkige schildklierfunctie veroorzaken, heb je een schildklierfunctie stoornis, dan kunnen de vitaminen en mineralen niet goed verwerkt worden. Om t weten of je een tekort hebt aan vitamines of mineralen, laat je testen!

 

Vitamines:

Er zijn dertien vitamines: vier vetoplosbare vitamines en negen wateroplosbare vitamines. De vetoplosbare vitamines zijn vitamine A, vitamine D, vitamine E en vitamine K. De vetoplosbare vitamines zitten voornamelijk in het vet van voedingsmiddelen en kunnen in de weefsels van het lichaam worden opgeslagen. De wateroplosbare vitamines zijn vitamine B1, B2, B3, B5, B6, B8, B11 (foliumzuur) en B12 en vitamine C. Deze vitamines zitten juist in het vocht dat in voedingsmiddelen zit. Het lichaam kan deze wateroplosbare vitamines (met uitzondering van vitamine B12) niet goed opslaan; een teveel verlaat het lichaam via de urine.

 

Vitamine A (niet caroteen)

Caroteen is een voorloper van vitamine A. Een onderactieve schildklier kan niet goed caroteen verwerken tot bruikbare vitamine A, dus hoeveel wortels o.i.d. je gaat eten, het zal niet helpen. Vitamine A moet sowieso samen gaan met proteine om het toegankelijk te maken voor je lichaam, dus als je een laag proteine dieet volgt, dan zou je tekorten kunnen hebben van deze vitamine. Als je laag in je vitamine A waardes zit, dan is je vermogen om TSH te produceren gelimiteerd. Deze vitamine is nodig voor het lichaam om T4 naar T3 om te zetten. Als je vind dat lichten te fel zijn en het rijden in het donker een probleem is, probeer dan vitmaine A supplementen te nemen samen met meer proteine en kijk of dat helpt.  Vitamine A (retinol), een vet-oplosbare vitamine, is betrokken bij de weerstand. Het wordt daarom ook wel de anti-infectie vitamine genoemd. Daarnaast speelt het een rol bij de groei, het gezichtsvermogen en de gezondheid van huid en tandvlees. Voor zwangere vrouwen is vitamine A een aandachtspunt.

Belangrijke bronnen voor vitamine A zijn lever, vis en boter. Groenten en fruit bevatten bèta-caroteen, een voorloper van vitamine A. Daarnaast wordt er in Nederland vitamine A toegevoegd aan margarine, halvarine en bak- en braadproducten.

 

Vitamine B Complex

Alle vitamine B zijn belangrijk voor een goede schildklierfunctie, maar ze spelen allemaal een verschillende rol.

B1 (Thiamine) : deze vitamine is heel erg nodig als je een overactieve schildklier hebt. Vitamine B1 zorgt voor een goede werking van het hart en het zenuwstelsel en het speelt een rol bij de verbranding van koolhydraten. Vitamine B1 zit in volkorenproducten, gist, vlees, eieren, erwten, bonen, noten en aardappelen.

 

B2: (Riboflavine): Een gebrek aan vitamine B2 onderdrukt de schildklierfuncite zodat de schildklier en de bijnieren hun hormonen niet kunnen uitscheiden. Vitamine B2 is goed voor huid en haar. Het stimuleert de energievoorziening van het lichaam. Vitamine B2 zit in zuivel, brood, groenten, vlees en fruit.

 

B3 (Nicotinezuur/ Niacine): Deze vitamine is nodig om alle lichaamcellen (inclusief de endocriene klieren) goed te laten werken. Vitamine B3 stimuleert de energievoorziening van het lichaam. Vitamine B3 zit in vlees, volkorenproducten, noten en peulvruchten.

 

B5 (panthoteenzuur). Vitamine B5 is belangrijk voor de energievoorziening, de opbouw en afbraak van vetten en voor de vorming van bepaalde hormonen. Vitamine B5 zit in (orgaan)vlees, melk, brood en noten, in mindere mate in aardappelen, bloemkool, broccoli en bonen.

 

B6 (Pyridoxine) Zonder deze vitamine kan de schildklier het jodium rauwe materiaal niet zo goed gebruiken om de schilklierhormonen te maken. Deze vitamine is nog meer nodig bij een overactieve schildklier. Vitamine B6 is nodig voor de opbouw en afbraak van eiwitten en reguleert de werking van bepaalde hormonen. Het is onmisbaar voor de groei, de afweer, de bloedaanmaak en  het zenuwstelsel.Spierzwakte is een veel voorkomend probleem bij mensen die een overactieve schildklier hebbben en bij mensen die een tekort hebben aan B6. Maar let op: ga niet zo maar suppleren, laat je eerst testen. Een teveel aan B6 (door oa multivitamines en andere preparaten)kan zenuwschade veroorzaken De verschijnselen daarvan zijn een doof of tintelend gevoel in armen of benen, verminderde reflexen en verminderde coördinatie. Waarschuw de huisarts of apotherker als je dit merkt. Vitamine B6 zit in vlees, bruin brood, melkproducten en groente.

 

B8 (biotine, vitamine H): Vitamine B8 is goed voor huid en haar. Het houdt de energiestofwisseling en de vorming van vetzuren op gang. Omdat biotine de waardes van de schildklier kan opjagen is het vaak niet zo’n goed idee om te gaan suppleren.  Het zit in paddenstoelen, cacao, noten, eigeel, peulvruchten, bloemkool en gist.

 

B11 (foliumzuur): Foliumzuur is nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen, de groei en voor bepaalde processen in het lichaam. Het vermindert de kans op een open ruggetje bij het ongeboren kind. Daarnaast verlaagt foliumzuur het homocysteïnegehalte van het bloed. Een hoog homocysteïnegehalte wordt in verband gebracht met een grotere kans op hart- en vaatziekten. Het zit in groente, volkorenproducten, (orgaan)vlees en noten.

 

B12: mensen met een onderactieve - en mensen zonder schildklier kunnen deze vitamine niet absorberen. Een serieus tekort kan psychische aandoeningen veroorzaken, neurologische aandoeningen, neuralgia, neuritis en bursitis. Sommige dokters geloven dat de “normale waarde”van B12 te laag is en dat de normale waarde tenminste 500 – 1300pg/ml moet zijn in plaats van het gangbare 200 -1100pg/ml. De meest voorkomende oorzaak van een vitamine B12 tekort is een verstoorde opname in het maagdarmkanaal. Ook mensen die gedurende een langere tijd helemaal geen dierlijke producten gebruiken, zoals veganisten, kunnen een vitamine B12-tekort ontwikkelen.

De verschijnselen van een tekort aan vitamine B12 treden vaak pas na jaren op, omdat het lichaam van deze vitamine een voorraad aanlegt. Een vitamine B12-tekort kan een tekort aan foliumzuur veroorzaken, omdat deze twee vitamines samenwerken. Een vitamine B12-tekort heeft een vorm van bloedarmoede tot gevolg, met symptomen als vermoeidheid, ademnood, angina pectoris (pijn op de borst) en een gebrek aan eetlust. Daarnaast kan een vitamine B12-tekort het zenuwstelsel aantasten. Vitamine B12 is mogelijk belangrijk voor de geheugen- en denkfuncties. Ouderen kunnen bijvoorbeeld als gevolg van een vitamine B12-tekort problemen krijgen met hun geheugen.

B12 speelt een hoofdrol in het metabolisme van rode bloedcellen, geeft je energie, scherpte in je hersenen en  een gezond zenuwstelsel. Enkele oorzaken voor lage B12 waardes: pernicieuze anemie, Helicobacter pylori bacterie, coeliakie, intrinsieke factor (in de maag). Meestal kun je B12 aanvullen in pilvorm (methylcobalamine), maar bij een opnameprobleem zal dat niet lukken en zul je injecties moeten nemen. Je kunt meer lezen op deze website: https://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/64994-vitamine-b12-tekort-symptomen-adh-en-tekort-aanvullen.html

 

 

Vitamine C (ascorbinezuur): De schildklier heeft deze vitamine nodig om gezond te blijven. Zorgt voor een goede wondgenezing, verhoogt de weerstand en houdt deze op peil. Het verbeter de opname van ijzer uit de voeding.Langdurige tekorten kan ervoor zorgen dat de schildklier teveel hormoon uitscheidt. Mensen met een overactieve schildklier moeten extra vitamine C nemen omdat dit afgetapt wordt uit de weefsels van het lichaam. Het zit in bijna alle groenten en fruit. Rijk aan vitamine C zijn citrusvruchten, aardbeien, bessen, ananas, mango, kiwi, broccoli, paprika en allerlei koolsoorten.

 

Vitamine D: Het is onderzocht dat wanneer mensen met een overactieve schildklier deze vitamines suppleren, dat dit de snelle uitscheiding van calcium tegengaat, en dat osteoporosis kan worden voorkomen. Vitamine D is nodig voor de opbouw van het bot. Het verbetert de opname van calcium en fosfor uit voedsel. Ook is vitamine D belangrijk voor de spieren en het functioneren van het immuunsysteem.Vitamine D wordt het beste opgenomen als er vet of olie aanwezig is. Het zit in vis, eieren, boter, margarine en lever. Het lichaam maakt vitamine D aan onder invloed van zonlicht.

 

Vitamine E: Een tekort van dit vitamine spoort de schildklier aan om teveel hormonen uit te scheiden, net als te weinig TSH door de hypofyse. Een hogere inname van deze vitamine is vaak nodig voor mensen die een overactieve schildklier hebben om de vitamines aan te vullen die uit het systeem worden verwijderd. Vitamine E zorgt voor gezonde weefsels en rode bloedcellen. Het zit in plantaardig vet en olie, volkorenproducten, eieren, boter en (vrooral groene) groenten,

 

Vitamine K (fytomenadion): Vitamine k is belangrijk voor de bloedstolling. Het zit in groene groenten. Het lichaam maakt het ook zelf aan in de de darmen door bacterien.

 

Béta-caroteen: Bèta-caroteen (pro-vitamine A) wordt in het lichaam omgezet in vitamine A. Het zorgt, net als vitamine A, voor een goede weerstand en is erg belangrijk voor het gezichtsvermogen, maar ook voor gezonde botten, tanden, huid en voor de groei. Er zijn aanwijzingen dat bèta-caroteen anti-oxidatieve eigenschappen heeft en de lichaamscellen beschermt tegen vrije radicalen. Vrije radicalen zijn stoffen die schade aan cellen kunnen veroorzaken. Bèta-caroteen komt voor in (donker)groene bladgroente, zoals spinazie, en in koolsoorten. Ook wortelen bevatten erg veel bèta-caroteen, net als mango's en mandarijnen. Bèta-caroteen geeft de karakteristieke kleur aan oranje en gele groenten en fruit.

 

Calcium: Velen van ons nemen te weinig calcium in de vorm van zuivelproducten, iets waarbij ik mijn vraagtekens zet.(Iets om op te merken: ik persoonlijk neem hooguit kaas, verder geen zuivel – maar het calcium gehalte in mijn bloed was iets boven de referentiewaarde. Ik eet wel bijna iedere dag vlees) Calcium is wel nodig om botverlies aan te pakken, erg belangrijk in overactieve mensen.. Een hele lijst met voedingsmiddelen waar calcium in zit staat op deze website: https://www.nof.org/patients/treatment/calciumvitamin-d/a-guide-to-calcium-rich-foods/

 

Chloride: Chloride (chloor) komt met name voor in keukenzout. Het is samen met natrium en kalium nodig voor een goed evenwicht in de vochthuishouding van het lichaam. Daarnaast komt chloride ook voor in maagzuur, in de vorm van zoutzuur. Zout, dat bestaat uit natrium en chloride, is de belangrijkste bron voor chloride. Chloride komt dus, net als natrium, voor in bijna alle voedingsmiddelen en dranken. Chloride wordt in de vorm van zout toegevoegd tijdens het productieproces, tijdens het bereiden van de maaltijd of aan tafel.

 

Chroom: Chroom, ook bekend als chromium, is nodig voor een goede werking van insuline en voor het handhaven van het bloedsuikergehalte. Daarnaast speelt het ook een rol bij de vetstofwisseling. Graanproducten met een hoog gehalte aan zemelen bevatten veel chroom. Het is niet duidelijk of chroom uit deze producten ook goed opgenomen kan worden. Verder komt chroom vooral voor in biergist, volkorenbrood, groente, rietsuikermelasse, vlees en lever. Vlees, gevogelte, en vis bevatten per portie tussen de 1- 2 microgram chroom. Het gehalte aan chroom in groente en fruit is zeer wisselend.

 

Fluoride: Fluoride is nodig voor de opbouw van tanden en botten. Het wordt opgenomen in het tandglazuur en 'ingebouwd' in het bot. Zo verstevigt fluoride de botstructuur en beschermt het tegen tandbederf. Fluoride is een verbinding van het atoom fluor met een andere stof, zoals natrium of calcium. Een hele kleine hoeveelheid fluoride zit in vrijwel alle voedingsmiddelen. Het komt vooral voor in thee en zeevis.

 

Jodium: jodium is van levensbelang om schildklierhormoon te produceren, maar ons lichaam kan het niet aanmaken. Het komt niet vaak voor dat mensen uit het westen een jodiumtekort te krijgen, wel mensen uit de zgn derde-wereld landen. Uit onderzoek is gebleken dan zowel jodium tekort als een teveel aan jodium de schildklier beinvloedt. “Normale”mensen hebben ongeveer 200 mg per dag nodig. Graves mensen echter maar 50 mg per dag. Goede bronnen van jodium zijn: bananen, kaas, kabeljauw, mais, eieren, groene erwten, pruimen, rauwe melk, zeewier, kelp, tonijn, yoghurt

 

Kalium: Kalium is nodig voor de zenuwprikkelgeleiding en voor de zenuwprikkelgeleiding en het handhaven van een normale bloeddruk. Verder is kalium noodzakelijk voor het samentrekken van de spieren en voor de energiehuishouding in de spieren. Kalium komt bijna in alle voedingsmiddelen voor. Belangrijke bronnen van kalium zijn aardappelen, brood, zuivel, vlees(waren) en groenten. Wanneer aardappelen en groenten met veel water worden gekookt gaat kalium verloren.

 

Koper: Koper is een belangrijk mineraal omdat het samenwerkt met magnesium, zink en calcium – nodig om een gebalanceerde schildklier activiteit te waarborgen. Uit onderzoek ik gebleken dat hypothyreoide mensen een te laag koper gehalte in het bloed hadden, terwijl mensen met hyperthyreodie vaak een abnormaal hoog koper gehalte in het bloed hebben. Aangeraden is om tussen de 1,5 -3 mg koper te consumeren en niet meer omdat dat kan leiden tot kopervergifitging ( en teveel koper kan dan de zinkgehaltes weer aantasten) Voeding dat koper bevat o.a.: amandelen, asperges, runderlever, donkere chocolade, gedroogde abrikozen, linzen, paddestoelen, zonnebloempitten

 

L-tyrosine: L-tyrosine is een aminozuur dat je lichaam zelf maakt van een ander aminozuur (phenylalanine) Het komt bijna niet voor dat je een tekort hebt aan L-tyrosine – een tekort veroozaakt een lage lichaamstemperatuur, lage bloeddruk en een onderactieve schildklier.Om de T3 en T4 op te hogen kan je suppleren met L-tyrosine. Goede bronnen zijn: bonen en linzen, kip en kalkoen, zuivel, zuivel, eieren, vis en zeevruchten, mager rundvlees en lamsvlees, parmezaanse kaas, zaden en noten, soja, volle granen

 

Magnesium: magnesium is nodig voor de verwerking van T4 naar T3. Het lijkt  erop dat een dieet met geraffineerd voedsel en caffeïne een verlies aan magnesium aanzet. Het belangrijke aan magnesium is dat het een enzym activeert dat verantwoordelijk voor de energie productie. Magnesium helpt ook om de calcium waardes te reguleren,net als kalium, koper, vitamine D en zink, Bronnen van magnesium zijn oa: amandelen, avocado, banaan, zwarte bonen, donkere chocolade, snijbiet, vijgen, poempoenpitten, spinazie, yoghurt of kefir

 

Mangaan: We lezaen niet zo heel veel over mangaan, maar het is net zo belangrijk als alle andere mineralen. Er zijn nog niet veel studies over mangaan en de relatie met de schildklier, behalve dat mangaan meespeelt in de schildklierproductie. De invloed die mangaan heeft op de schildklier wordt gezien als mensen met een hyperthyreodie hogere mangaan gehaltes hebben dan mensen met een hypothyreodie. De beste bronnen van mangaan zit in: vis, schaaldieren, fruit, groene bladgroente, peulvruchten, noten, pompoen pitten, volle granen

 

Molybdeen is een sporenelement dat nodig is voor de stofwisseling. Alle levensvormen hebben molybdeen nodig, maar in kleine hoeveelheden. Tekorten in molybdeen zijn zeldzaam en het is nauwelijks nodig om te suppleren. Molybdeen helpt ermee om sommige enzymen in ons lichaam een “jump-start”te geven, vecht mee met ontstekings- en auto-immuunzikete en het kan de groe van kankercellen voorkomen. Molybdeen komt o.a. voor in bonen, zuivel, noten en soja

 

Selenium: Dit is een cruciaal component van het enzym dat T4 omzet naar T3 in het lichaam. Zonder selenium kan T3 niet worden geproduceerd in de juiste hoeveelheden en organen zullen dan functioneren alsof ze hypothyreodie hebben ook al zijn de bloedwaardes normaal. Selenium beschermt de schildklier door een verbinding aan te gaan met kwik en het daardoor inactief te maken.. Goede bronnen van selenium zijn: runderlever, paranoten, kip, eieren, rundvlees (grasgevoerd), heilbot, sardines, spinazie, tonijn en kalkoen

 

IJzer: Ijzer is een mineraal dat ons lichaam nodig heeft om verschillende functies uit te oefenen. Het wordt steeds duidelijker uit onderzoeken dat ijzertekort een relatie heeft met het niet goed functioneren van de schildklier. Het belangrijkste doel van ijzer is om zuurstof te transoorteren door het lihcaam en de celgroei te stimuleren. Een goede bron van ijzer is o.a.: zwarte bonene, donkere chocolade, rundvlees (grasgevoerd), linzen, lever, pistachenootjes, rozijnen, sardientjes, spinazie en spirulina

 

Zink: Zowel hypothyreodie en hyperthyreodie hebben zink deficientie. Het speelt ook een rol in functioneren van het immuunsysteem. Lage zink waardes zijn gevonden in obese mensen. Zink is nodig om T4 naar T3 te converteren, dus dit mineraal is een noodzaak. Zinktekort verminderd de productie van T3 hormoon. Voedsel dat zink bevat: cashewnoten, kip, kikkererwten, chocoladepoeder, rundvlees (gras gevoerd), kefir of yoghurt, lamsvlees, paddestoelen, pompoenpitten, spinazie

 

links:

 

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3296983/

https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1111/j.1523-5378.2010.00802.x

https://journals.lww.com/jcge/Abstract/1998/06000/Helicobacter_pylori_Infection_Is_Markedly.8.aspx

https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0002962915322576

https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S000296291532718X

https://link.springer.com/article/10.1007/s12020-012-9789-6

https://link.springer.com/article/10.1007/s12020-012-9776-y